Concept verslag

Bijeenkomst 25 juni 2009:

“Nieuwe Dynamiek op het Platteland. Voortbouwen op de Buurderij

Haarlemmermeer en andere initiatieven.”

Vernieuwende initiatieven ontwikkelen

Hoe krijgen ondernemers vernieuwende initiatieven van de grond die bijdragen aan

regionale opgaven? Dat was de centrale vraag tijdens de bijeenkomst van het

InnovatieNetwerk en Netwerk Platteland op 25 juni in Nieuw Vennep. Bijna honderd

ondernemers en ambtenaren die geïnteresseerd zijn in vernieuwingen op het platteland

kwamen bijeen in het Podium voor Architectuur in Nieuw Vennep. Gedurende de dag

gingen ze in op een herkenbare problematiek waar vernieuwende

plattelandsondernemingen tegenaan lopen: rigide regels en procedures die het

initiatiefnemers en welwillende ambtenaren moeilijk maken om nieuwe combinaties

van functies te realiseren.

Model voor de veelheid aan vernieuwend organisatorisch initiatief in Nederland staat

een project in de gemeente Haarlemmermeer. Drie lokale ondernemers zijn daar een

nieuwe plattelandsonderneming gestart, de Buurderij Haarlemmermeer-Zuid.

De Buurderij is een nieuw soort plattelandsonderneming, gebaseerd op principes van

duurzaamheid. Samenwerking van de agrarische ondernemers met andere

ondernemers, organisaties en met burgers neemt een belangrijke rol in. De bedoeling

is om de Buurderij zo te laten groeien dat inwoners van nabijgelegen dorpen het

gevoel hebben dat de Buurderij van hen is, en dat het van grote waarde is voor hun

woonplezier.

Bij de ontwikkeling van het concept lopen de initiatiefnemers regelmatig vast op

geldende regels en procedures.

Bovenstaande is een goede omschrijving van hetgeen wij, als ‘de Balans’, tot nu toe ervaren hebben.Wij willen dit helpen doorbreken en samen met overheden en andere maatschappelijk betrokkenen zoeken naar oplossingen c.q. nieuwe kaders.

Hierdoor zullen nieuwe ontwikkelingen, zoals 'de Balans', sneller en breder begrepen in de samenleving kunnen worden gerealiseerd.

 Een goede case om de problematiek rond vernieuwing

op het platteland te doorgronden.

Wandeling over de Buurderij

In de ochtend kunnen deelnemers persoonlijk kennismaken met de Buurderij

Haarlemmermeer-Zuid. De drie initiatiefnemers van de Buurderij ontvangen de

bezoekers met open armen. Na een kopje koffie en een korte introductie vanaf de

veranda op het landgoed de Olmenhorst nemen ze ons mee voor een rondleiding over

het terrein.

Landgoed De Olmenhorst is onderdeel van de Buurderij en is van oorsprong een

agrarisch bedrijf met akker en fruit. De fruitbomen staan er nog steeds, maar de

inkomsten komen inmiddels uit tal van andere activiteiten. Al wandelend over het

terrein lopen de deelnemers langs meubelmakerijen, ateliers, winkeltjes, terrasjes en

opslagruimten.

Eigenaar Florian de Clercq verhuurt een deel van zijn schuren aan kleine

ondernemingen. Daarnaast verkoopt hij producten van de Olmenhorst, zoals appel- en

perensap, in de landwinkel. Ook biedt hij accommodatie voor zakelijke bijeenkomsten

en feestelijke gelegenheden. “De Olmenhorst is de Buurderij in het klein, een

optelsom van initiatieven”, vertelt de Clercq.

De wandeling vervolgt door de boomgaard, waar we tot het eind toe doorlopen. Bij

een brede sloot staan we stil. Met achter ons de fruitbomen kijken we nu uit over de

akkers van de buurman, Jan Ham. Hij is de tweede man achter de Buurderij.

De watergang markeert de grens met de Olmenhorst. Een pas aangelegd bruggetje

verbindt het landgoed met de akkers van Ham en maakt een nieuwe boerenwandeling

van circa vijftien kilometer compleet. Langs het pad staan bordjes waarop bezoekers

kunnen lezen wat er groeit in het veld.

Jan Ham verbouwt samen met zijn broer op 180 hectare akkerbouw koolzaad,

aardappelen, bieten en andere gewassen. Van oorsprong is het een gangbaar en

traditioneel akkerbouwbedrijf. Nu richten de gebroeders Ham zich op functies waar

de omgeving om vraagt, zoals de boerenwandeling.

Aan de horizon rijden de auto’s over de N207. Achter hen siert de skyline van Nieuw

Vennep. Het zijn de inwoners van Nieuw Vennep en van andere omliggende dorpen

die een belangrijke rol spelen in de Buurderij. “De Buurderij is een boerderij met

buren”, verwoordt Gert Jan van Maris, de derde man achter het concept.

Van Maris is geen agrariër, maar kunstenaar die op het terrein een beeldentuin wil

aanleggen. Als voorproefje lopen we naar een kunstwerk op de rand van de akker.

Twee enorme potloden gemaakt van boomstammen liggen met de punten naar elkaar

toe. Het ene kleurt rood, het andere blauw. “De potloden staan symbool voor de

herinrichting van de Westflank”, vertelt Van Maris. “Gaat het om rood voor groen?

Blauw voor groen? Of eerst blauw voor rood?”

Voor de Buurderij gaat het in ieder geval om interactie. “Wederkerigheid tussen stad

en platteland”, zegt De Clercq. “De gemaakte tekenplannen zijn geen statische

ontwerpen, maar dienen ter inspiratie. Ze moeten bewoners uitdagen om mee te

denken.” Want de Buurderij is er voor hen, een terrein om te beleven, te leren en te

kijken.

Presentaties

Voorzitter van de dag is Gert van Dijk, werkzaam bij de General Confederation of

Agricultural Cooperatives in the European Union. Als aftrap van de bijeenkomst

noemt hij drie trends die ten grondslag liggen aan plattelandsvernieuwing:

- Steden zoeken verbinding met het achterland

- Productieactiviteiten, zoals industrie, komen terug in woongebieden

- Toenemende aandacht voor het behoud van open ruimte

Drie presentaties volgen.

Tom Bade: de economie van de buren

Stel: in een straat zit al jaren een naaiatelier. Een dokter besluit het pand ernaast te

kopen. Eenmaal gevestigd, ervaart de dokter overlast van de naaimachines. Via de

rechter krijgt hij het voor elkaar dat het atelier moet sluiten. “Waarom zijn de dokter

en het naaiatelier niet om de tafel gaan zitten om gezamenlijk te zoeken naar

oplossing, een nieuw muurtje bijvoorbeeld”, vraagt spreker Tom Bade, van Triple E

zich hardop af.

Triple E is een kenniscentrum dat gespecialiseerd is in de relatie tussen natuur,

economie en de beleving die daarbij een rol speelt. “Een goede buur is beter dan een

slimme econoom”, is vandaag de stelling van Bade. De anekdote van het naaiatelier

is afkomstig van een econoom die hij hoog in het vaandel heeft staan,

nobelprijswinnaar Ronald Coase. Het verhaal illustreert volgens Bade het belang van

geven en nemen tussen buren: de economie van wederkerigheid. “Het gaat om het

creëren van speelveld.”

Voor een goede relatie met buren moeten we volgens hem terug naar de primaire

vorm van de economie: de economie van het recht. “Vroeger hadden we allerlei

rechten, zoals pootrecht en recht van overpad. Dat is jaren geleden afgeschaft en

daarmee zijn we de economie van het recht kwijtgeraakt.”

Maar buren kunnen elkaar nog steeds rechten toedelen en gunnen, benadrukt Bade.

Deze economie van het naoberschap is de basis van de betrokkenheid van mensen bij

natuur en landschap.

“Mensen hebben natuur altijd al belangrijk gevonden”, zegt Bade. Veel bestuurders

twijfelen echter aan de waarde van dit gegeven: Komt het tot wel een handeling? Ja,

zegt Bade. “Burgers geven veel geld uit in en rond de natuur aan onder andere

woningen en recreatie. Dat loopt in de miljarden. Maar dat komt niet terug als

investering in natuur en landschap. In plaats daarvan zien we een Betuwelijn. In de

rijksbegroting is 0,2 procent vrij gemaakt voor natuur en landschap. Dat is niks. Het

zou evenredig moeten zijn met de investering”, is zijn mening.

In 2004 vroeg de provincie Overijssel Bade om onderzoek te doen naar de opzet van

een gebiedsfonds, dat zonder staatssteun werkte. Daaruit rolde het succesvolle

concept van een landschapsveiling. De landschapsveiling biedt burgers de

mogelijkheid om een heg, boom of andere landschapselementen te adopteren. “Ze

kopen de heg niet”, vertelt Bade. En ook het stukje grond blijft in beheer van de

oorspronkelijke grondeigenaar. Burgers betalen alleen voor het beheer en onderhoud.

De eerste landschapsveiling in het oosten van Nederland ondersteunt zijn overtuiging

dat burgers wel degelijk willen investeren in landschap. De opbrengst bedroeg

130.000 euro.

Na dit succes was ook het westen van het land geïnteresseerd. Maar daar hebben ze

nauwelijks heggen. Wel vergezichten, leegte. “Verkoop dat dan”, is het idee van

Bade. “Burgers kunnen het recht om niet te bouwen kopen. Ze betalen als het ware

voor het uitzicht.”

Een gat in de markt volgens hem, want uitzicht is een belangrijk element in relatie tot

de buren. “Nederland is het land van uitzicht. Alles draait om het beeld. Lage luchten,

mooie landschappen. Maar we weten niet hoe we ermee moeten omgaan. Op veel

plekken ontnemen grote kantoorgebouwen ons het uitzicht. Honderd mensen in het

kantoor genieten ervan, veel meer hebben echter last van het zicht op het pand. Dat is

geen wederkerigheid.”

Gebiedsvernieuwing vraagt om transacties tussen mensen. Of het nu om heggen of

leegte gaat. “Er zijn zelfs mensen die 750 euro betalen om een koe midden in de nacht

te helpen om haar kalf op de wereld te zetten.” Van alles is denkbaar, als de transactie

maar zingevend is. “Het gaat om de belevenis. Daar willen mensen voor betalen.”

Lange tijd was het bijvoorbeeld een trend om alle activiteiten naar binnen te halen.

“Sporten, kinderen, zelfs de natuur ging naar binnen”, zegt Bade. Maar nu is de trend

de andere kant opgeslagen. Speelbossen halen de ‘gezellig dikke kindertjes’ weer naar

buiten. “De economie van binnen en buiten”, noemt Bade de ontwikkeling.

Bade signaleert tot slot dat gebiedsprocessen steeds vaker ‘gezellige

groepsbijeenkomsten’ zijn met tekentafels en gezamenlijke veldbezoeken. “Leuk en

gezellig al die gebiedsprocessen, maar er is veel meer energie nodig voor de

landinrichting. De maatschappij krijgt te maken met flinke opgaven, zoals voedsel en

klimaat. Om daarop te anticiperen is adequaat instrumentarium nodig, zoals

ruilverkaveling.” Volgens Bade zijn er ‘vehikels nodig waar kosten en baten

samenkomen’. “Misschien hebben we dan uitzicht op een mooie toekomst.”

Gaston Remmers: Oases van de Buurderij

Spreker Gaston Remmers van Bureau Buitenkans trapt zijn verhaal af met de

voorpagina van de Volkskrant. Op een foto liggen mensen met hun buik op een

machine om onkruid te wieden van een veld. “Als het aan Tom ligt betalen ze straks

honderd euro hiervoor om de belevenis”, haakt hij in op Bade zijn verhaal.

Remmers is projectleider van de Buurderij en vertelt over de ontwikkeling. “In 2005

drong het echt door dat de landbouw er slecht voor stond. Maar agrariërs wilden

door”, schets hij de situatie.

Op zoek naar een oplossing ontstond via het InnovatieNetwerk Groene Ruimte en

Agrocluster het idee voor een plattelandsonderneming waar voedselproductie én het

beheer van de regio in vertrouwen aan worden overgelaten. “De Buurderij is een

nieuwe stap in de landbouwontwikkeling dat verder gaat dan verbreding”, vertelt

Remmers. “Het is een plattelandsbedrijf dat dienstbaar is aan de omgeving.”

De kern van de Buurderij is onthaasting en bezinning in een multifunctioneel

landschap van hoge kwaliteit. Duurzaamheid, wederkerigheid, beleving en nieuwe

functies, relaties en financiering zijn daarbij leidend. Om het doel te realiseren is het

terrein opgedeeld in een aantal oases:

- Oase van stoere landbouw

Akkerbouw en vee zijn duidelijk aanwezig. Stallen en schuren staan in het

landschap. Bezoekers voelen en ruiken de machines. Daarnaast is er ruimte

voor een ruige camping waar kampeerders tussen bosjes staan en vuur mogen

stoken. Andere referentiebeelden zijn een kinderboerderij en kanoverhuur

- Oase van de fijnzinnigheid

Beeldentuin, workshopruimtes, ateliers, belevenistuin, dierenbegraafplaats,

volkstuintjes

- Oase van veelzijdigheid en genieten

De Olmenhorst vervult al een groot deel hiervan met een kaasmakerij,

landwinkel, horeca, vergaderruimtes, mogelijkheid om te overnachten en zelf

fruit plukken.

- Oase van de buurt

Geeft ruimte aan activiteiten die van de buren zijn, zoals scouting, clubhuizen

voor verenigingen, speelruimte en een kinderdagverblijf.

Bij elk van de oases horen referentiebeelden. Zo is er dit jaar een bijzondere boom

aangeplant, een ‘500 el boom’. Dit is een boom die vroeger in een veld stond om

arbeiders op het land een schaduwplek te geven tijdens de schaft. Ooit heeft agrariër

Jan Ham deze eigenhandig verwijderd. Nu staat op dezelfde plek weer een jonge

treurwilg die straks niet de arbeiders, maar wandelaars een koele plek moet bieden om

te picknicken. “De boom is een homeopathische druppel die de menselijke maat in het

landschap terugbrengt”, aldus Remmers.

Kees van Ruyven: Initiatieven in de Westflank

De Buurderij ligt midden in het gebied Westflank Haarlemmermeer, dat staat voor

een belangrijk en grote inrichtingsopgave. De komende jaren moet het volgende tot

stand komen:

- 900 ha groen

- 10.000 nieuwe woningen

- Innovatief en duurzaam waterbeheer met twee miljoen kuub seizoensberging

en één miljoen kuub piekberging

“Dit alles moet gerealiseerd worden zonder verlies van kwaliteit in het gebied”, zegt

spreker Kees van Ruyven van de provincie. Voor de toehoorders schetst hij de

omgeving waarin de Buurderij moet operen.

Vooral het waterbeheer is een groot probleem door de diepe ligging van de polders.

Via kwelstroming komt veel zout grondwater in de watergangen. Naast zout is het

kwelwater erg voedselrijk, wat de algengroei bevordert. Bij een stijging van de

zeespiegel zullen de effecten toenemen. “We moeten een oplossing vinden voor het

waterprobleem door het landschap te transformeren, maar wel met behoud van

kwaliteit”, zegt Ruyven. Plaatjes van het open gebied met weidse vergezichten, de

rechte wegen en strak aangelegde ringvaart illustreren zijn betoog.

“De gebiedsontwikkeling in de Westflank biedt kansen voor pioniers”, zegt Van

Ruyven. “In het midden van het gebied gaat van alles gebeuren en daar ligt de

Buurderij”, gaat hij opgetogen verder. “De Buurderij mag van mij nog wel groter. En

het liefst zie ik dat de Olmenhorst straks ook per boot is aan te doen.”

Want in de ogen van Van Ruyven krijgt de ringvaart een veel grotere betekenis in het

gebied door de aanleg van havens en sluizen. Van de Olmenhorst tot in het hartje van

Amsterdam. “We moeten uit de polder komen.”

Workshops

Workshop I: De nieuwe ambtenaar en nieuwe ondernemer

Onder leiding van Henk Kieft (Netwerk Platteland)

Sprekers: Jan van Muyden (wethouder Voorst), Hans van Dommelen (provincie

Noord-Brabant), Thijs de la Court (wethouder Voorst)

De huidige regelgeving houdt regelmatig beloftevolle nieuwe initiatieven op het

platteland tegen. In de workshop ‘Nieuwe ambtenaar en nieuwe ondernemer’ staat de

vraag centraal hoe ambtenaren en ondernemers nieuwe initiatieven kunnen realiseren

binnen het woud van regels en richtlijnen.

De ruim twintig deelnemers gaan van start met een voorstelrondje waarbij ieder een

stelling voorlegt ten aanzien van vernieuwing op het platteland en bestuur. Een greep

uit de stellingen:

- De huidige ambtenaar heeft het meeste last van de bureaucratie

- Er is een gebrek aan lef bij ambtenaren

- Er is creativiteit nodig en durf om open te staan en af te wijken van bestaande

regels

- We moeten zoeken naar hoe we de regels kunnen toepassen om dingen

mogelijk te maken in plaats van ze te verbieden

- Ambtenaren moeten leren omgaan met onzekerheid. Want streven naar

zekerheid zou wel eens fictie kunnen zijn en tot kramp kunnen leiden. En

kramp en innovatie gaan niet samen

- Een nieuwe ambtenaar denkt aan maatschappelijk belang, is

ondernemingsgezind, investeert mee en moet bestuurlijke rugdekking krijgen.

Na deze snelle ronde krijgen de deelnemers drie moeilijke situaties voorgelegd uit de

dagelijkse praktijk van ambtenaren en wethouders.

1. Streekwinkel

Jan van Muyden, wethouder uit Voorst, vertelt over zijn worsteling met de realisatie

van een streekwinkel die niet per se gebonden is aan een agrarisch bedrijf. De

streekgebonden supermarkt moet vooral producten van de regio Veluwe gaan

verkopen. De gemeente Voorst is enthousiast over het plan. “Met de streekwinkel

geven we de regionale economie een push en werken we tegelijkertijd aan

regiobranding.”

Om de beleving van de Veluwe mee te geven, wil de gemeente de winkel niet in het

dorp zelf plaatsen, maar in het buitengebied. Dit vraagt om een aanpassing in het

bestemmingsplan. Maar hier loopt het proces vast. “We kunnen de plek geen

bestemming detailhandel geven. Want we willen niet dat als de winkel failliet gaat of

de eigenaar ermee stopt, er vervolgens een grote supermarkt als de Lidl in kan

trekken.”

Er zijn nog meer hobbels. Zo spreken ondernemers in het dorp van oneerlijks

concurrentie, omdat zij veel meer betalen voor hun pand. Verder blijkt dat door de

bestemming af te bakenen tot streekwinkel, de Europese regelgeving stelt dat ook

producten uit Frankrijk of Italië er verkocht mogen worden. Maar Voorst wil

specifiek producten van de Veluwe.

“We weten wat we willen, maar het kan niet. We staan tussen goede initiatieven en

deze beperkingen in”, zegt Van Muyden. Hij heeft juristen gevraagd op zoek te gaan

naar mogelijkheden. Uit de zoektocht blijkt dat een streekwinkel altijd kan als het een

nevenfunctie heeft op het agrarisch bedrijf. Soms is het ook mogelijk om het een

bedrijf aan huis functie te geven. “Maar de mogelijkheid is dus beperkt tot een

nevenactiviteit. Dit is niet de oplossing, voor ons gevoel. Wat nu?”, vraagt hij de

deelnemers.

Suggesties deelnemers:

- Sta het nu gewoon toe. We moeten ons richten op hoe we initiatieven in de

volgende generatie verankeren en in de tussentijd uit de kramp zien te komen

- Kijk 25 jaar verder. Als je op dat punt staat, wat had je dan geregeld willen

hebben? Doe dat dan gewoon. Kijk in de toekomst en doe het nu. Dan is het

over tien alsnog vastgelegd

- Ga creatiever om met het bestemmingplan. Ontwikkel bijvoorbeeld een

nieuwe functie ‘plattelandsondernemer’

- Koppel het gewoon wel aan een agrarisch bedrijf

- Dat je volgens EU regels streekproducten overal vandaan mag verkopen, wil

niet zeggen dat je ze moet inkopen

- Noem het de Veluwewinkel

- So what, producten uit Frankrijk?

- Geef ook ondernemers in het winkelcentrum een kans. Laat concurrentie toe

- Geef partijen die bezwaar hebben, zoals supermarkten in het centrum, een

financieel belang

- Kies niet voor één onderneming maar voor productbranding met meerdere

verkooppunten

- Voeg als criterium de ‘CO2 uitstoot’ toe in het bestemmingsplan. Daardoor is

het minder aantrekkelijk om producten van ver weg te halen en te verkopen

- Maak je niet druk om de EU

2. Onmogelijke cases

Bij de aanvraag van vergunningen in het buitengebied moet Hans van Dommelen als

ambtenaar bij de provincie Noord-Brabant rekening houden met allerlei richtlijnen en

regels. Regelmatig dwarsbomen ze goede plannen omdat ze tegenstrijdig met elkaar

zijn. “Soms lijken er onmogelijke casussen te zijn, maar vaak blijken ze best

oplosbaar”, vertelt hij.

Van Dommelen illustreert zijn verhaal met de volgende praktijksituatie:

Tussen twee beeksystemen in ligt een groot varkensbedrijf van twee hectare. De twee

beken zijn onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur. In totaal is de ondernemer

eigenaar van dertig hectare grond. Een deel hiervan ligt in de geplande Ecologische

Hoofdstructuur aan weerszijden van zijn land. Ook staat er een corridor gepland over

de grond.

De twee hectare van het varkensbedrijf ligt tussen de EHS in. De provincie is niet blij

met de aanwezigheid van het bedrijf, maar kon weinig doen om het te veranderen. Tot

de ondernemer naar de provincie stapte met het plan dat hij een landgoed wilde

beginnen op de rest van zijn grond. Door de EHS-bestemming kon de gemeente de

plannen in eerste instantie niet goedkeuren.

Van Dommelen wilde echter kijken of er niet een tussenweg was en ging op bezoek

bij de varkenshouder. Tijdens het gesprek bleek dat de ondernemer zijn bedrijf best

wel wilde verplaatsen in ruil voor toestemming voor het landgoed. Maar na onderzoek

bleek dit compromis niet zomaar realiseerbaar, omdat het varkensbedrijf niet in de

verplaatsingsregelzone ligt. “We zaten dus weer op een dood spoor”, zegt Van

Dommelen.

Maar hij hield vol en kwam uiteindelijk met een voorstel waar alle partijen mee

akkoord zijn gegaan: De provincie zorgt dat de varkensboer zijn bedrijf toch kan

verplaatsen en past de EHS begrenzing zo aan dat de ondernemer zijn landgoed kan

aanleggen. In ruil daarvoor saneert de grondeigenaar zijn stallen en velden en levert

hij tien hectare van zijn grond in, dat ten goede komt aan de EHS.

Het vinden van een oplossing voor een schijnbaar onmogelijke case vraagt volgens

Van Dommelen om creativiteit en bestuurlijke ruimte. “We zijn eerst naar de

wethouder gegaan met de vraag of we de ruimte hadden om met dit voorstel aan de

slag te gaan.” Die kreeg Van Dommelen en zo ontstond er een oplossing waarbij alle

partijen baat bij hadden.

Volgens Van Dommelen zit de onmogelijkheid van een case vooral in de cultuur en

houding van ambtenaren. “Nu is mijn vraag: hoe zorg ik dat bestuurders en

ambtenaren allemaal een meer open houding aannemen in stijl en werkwijze?”

Tips:

- ‘What’s in it for me?’ overbrengen

- Open communiceren

- Denk als ondernemer en doe als ondernemer. Neem zelf initiatief

- Je moet geen verandering in houding willen forceren. Verleiden, daar gaat het

om

- Vraag van iedere gemeente vijf casussen die ze momenteel zelf tegenhouden

tegen hun zin in. Intrigeer gemeenten en laat ze zelf ervaren dat er best

mogelijkheden zijn door het proces zelf te doorlopen

- Bedenk wat de achterliggende doelen waren op het moment dat de regels

werden gemaakt. Kijk naar die doelen, niet naar de regels en pas het beleid

vervolgens aan.

3. Eigendom van vernieuwing

De gemeente Lochem heeft als doel gesteld om binnen een paar jaar klimaatneutraal

te worden. Het is aan de verschillende dorpen binnen de gemeente om dit in gang te

zetten. “Wij zien dat door nabuurschap het proces snel verloopt. Dorpskernen merken

nieuwe ontwikkelen snel op en besluiten het zelf ook te doen door private publieke

samenwerking in het gebied te zoeken”, vertelt wethouder Thijs de la Court.

De gemeente Lochem juicht dit uiteraard toe, maar is tegelijkertijd bang dat de dorpen

de controle verliezen over het proces. “Er liggen kapers aan de kust. Klimaatneutraal

ligt sterk in de markt en wij zijn bang dat grote partijen, zoals energiemaatschappijen,

de processen over gaan nemen”, vertelt hij.

De gemeente vreest dat het natuurlijke gebiedsproces, waarbij dorpen de ontwikkelen

van naastgelegen dorpskernen volgen en oppakken, stopt door overnames van grote

partijen. “Wij willen het gebied daarom afschermen van marktkrachten en het

eigendom van de vernieuwing en de regie daarover in de gemeente zelf laten.”

Tegelijkertijd zijn de grote bedrijven wel nodig om grote stappen in de

klimaatneutraal te kunnen zetten. “De vraag is dan ook hoe we de snelheid van

innovatie voor elkaar krijgen met behoud van eigendom?”

Advies deelnemers:

- Probeer niet halsstarrig de regie vast te houden. Verleg de aandacht naar de

vraag ‘Hoe maak ik het gebied procesrobuust?’

Antwoord: Door imago op te bouwen. Creëer bijvoorbeeld een gevoel van

trots. Leg de regie en verantwoordelijkheid voor vernieuwing bij de

dorpskernen neer.

De Buurderij

Na de bespreking van de drie situaties eindigt de workshop met een snelle ronde

waarin de deelnemers tips mogen meegeven om het Buurderijproces van de grond te

tillen

- Zie de overheid als medestander

- Laat de regie bij de streek

- De oplossing komt vóór het beleid

- Blijf in gesprek

- Steek in op maatschappelijk effect

- Zoek naar raakvlakken en gemeenschappelijk belang

- Lange adem

- Investeer in partners

Workshop II: De nieuwe private initiatiefnemer

Onder leiding van Gaston Remmers

Sprekers: Guus Broos (initiatiefnemer van Parc Hoogeveld, Integrated Care

Community te Limburg) en Jan Duijndam (Biologisch boer in Biesland)

De workshop ging van start met de volgende vragen:

- Waar lopen de deelnemers persoonlijk tegenaan bij het nemen van

initiatieven?

- Welke kwaliteiten zijn nodig om deze hobbels te nemen?

Antwoorden:

Moeilijke communicatie met overheidsinstanties

Hoewel de deelnemer toegeven dat communicatie van twee kanten moet

komen, ligt het gebrek aan communicatie volgens de meesten bij de overheid.

De deelnemers ervaren een gebrek aan inlevingsvermogen van bestuurders.

Verder blijkt het moeilijk om een relatie met de overheid op te bouwen door

een slechte verbinding.

Tegenstrijdigheid in internationale, nationale en regionale regels

Dit is lastig voor ambtenaren en bestuurders en vraagt om het denken in

oplossingen, buiten kaders en vraagt om creativiteit. Bestuurders worden

hierdoor angstig. Volgens de deelnemers is het zaak om te enthousiastmeren

en te wijzen op kansen en meerwaarde.

Angst om de sprong te wagen.

De initiatiefnemer kent zelf ook enkele valkuilen. Zo is er angst om de sprong

te wagen. Ook vrezen deelnemers om de eigen identiteit en inbreng te

verliezen tijdens het proces. Vooral wanneer er met meerdere partijen wordt

samengewerkt ontstaat de angst. Ook zijn initiatiefnemers vaak bang om risico

te lopen en hebben ze moeite om te gaan met onzekerheden. Nieuwe

initiatieven vragen om lef.

Door de hobbels ontstaat terughoudendheid. Deze kan doorbroken worden door te

kijken naar voorbeelden waar het wel goed is gegaan. Twee sprekers vertellen hun

verhaal ter inspiratie en creativiteit.

Guus Broos: Parc Hoogeveld

Guus Broos is initiatiefnemer van Parc Hoogeveld, een Integrated Care Community in

Limburg. Tot 1 januari 2009 was Broos lid van de raad van bestuur van Orbis

Medisch en Zorgconcern en verantwoordelijk voor ontwikkeling en innovatie. Ten

tijde van zijn aanstelling lagen er zo’n 15 jaar plannen in de kast voor de ontwikkeling

van een Integrated Care Community.

De plannen behelzen een groot park met daaromheen een hoeveelheid appartementen

en zorgwooncomplexen. In het complex bevinden zich een bibliotheek, zwembad en

andere dienstverlenende faciliteiten waar bewoners van Parc Hoogeveld en

buurtbewoners buiten het park gebruik van kunnen maken.

Proces

Broos heeft zich sterk gemaakt om Parc Hoogeveld in vijf jaar te realiseren. Hij begon

met de verschillende actoren te vragen wat er wél kan, zonder gebruik te maken van

enige subsidie. Ook benaderde hij de gemeente met de vraag om te begeleiden in

ruimtelijke ordening vraagstukken. Hierdoor heeft de gemeente een deel

verantwoordelijkheid gekregen en daarmee verbinding met het project.

Wel heeft Broos heeft in zijn totaliteit gezag geëist over het project. Daarmee bleef hij

concepthouder van het geheel. Hierdoor hoeft de wethouder geen verantwoording

hoeft af te leggen en kan hij het in sommige gevallen oneens kan zijn met keuzes. Dit

beperkt politieke bemoeienis en vertraging.

Verder heeft Broos de bewoners vroegtijdig geïnformeerd over de plannen. Veel

bewoners willen bijdragen aan het park door een boom te adopteren, door onderhoud

te plegen en schoon te maken. Door een wijkgebouw gratis ter beschikking te stellen,

is het park ook van hen geworden.

Financiering

- Appartementen rondom een park hebben een hoge waarde. In het plan Parc

Hoogeveld moeten investeerders direct bijdragen op basis van deze hoge

waarde, zodat vrij gemakkelijk het benodigde bedrag voor realisatie

verworven wordt

- Hoewel het park privaat bezit is, heeft de gemeente wel belang bij het geheel

door de maatschappelijke functie. Wanneer de gemeente een bank, prullenbak

of speeltoestel wil plaatsen binnen het park, kan dit tegen betaling

Succesfactoren

- De kracht van dit project ligt in de samenwerking tussen diverse actoren

- De initiatiefnemer is een belangrijke drijvende kracht gebleken. Hij benaderde

met zijn deelidee diverse actoren en uiteindelijk ontstond er zo een totaalplan

- Wanneer duidelijk is wie een concept wil dragen en draaien, kan er gewerkt

worden aan realisering.

Jan Duijndam: Biologisch boeren

Jan Duijndam startte in 1983 als melkveehouder in Biesveld. Om de zware

financiering van het bedrijf te kunnen betalen, was schaalvergroting noodzaak. Maar

de nabijgelegen steden en gemeenten en recreatief groen hielden hem tegen. Tot begin

jaren negentig, toen een gemeenteambtenaar bij hem op bezoek kwam.

De gemeente kreeg vaak aanvragen van projectontwikkelaars binnen over een stuk

gemeentegrond van 25 hectare dat aan Duijndam’s terrein grensde. Maar de gemeente

wilde dit niet ontwikkelen en de ambtenaar informeerde bij Duijndam of hij iets

‘leuks’ wilde doen met de grond.

Duijndam wilde dit gebied graag hebben. De gemeenteraad moest echter nog wel

overtuigd worden om de grond aan Duijndam te verkopen. Duijndam zocht daarom

contact met een natuurbeheerder die samen met hem een mooi plan voor het gebied

maakte. Dit plan bestond uit tien procent natuur en negentig procent agrarisch land.

Het ontwerp overtuigde de gemeente direct, waardoor er drie tevreden actoren uit het

proces rolden.

Duijndam beheerde de nieuw verworven gronden biologisch. Na verloop van tijd

besloot hij in zijn geheel over te stappen naar biologisch beheer. Dit betekende wel

een productieverlies. Hij ontving zes jaar ondersteunende subsidie, maar op de lange

termijn waren extra inkomsten nodig. Recreatie bood uitkomst. Om mensen op zijn

land en bedrijf te krijgen werkte hij toe naar een aantrekkelijk en gevarieerd

landschap voor recreanten.

Resultaat

Biesveld is ondertussen uitgegroeid tot een begrip in de regio. Mensen zijn trots op de

regio en Biesveld producten worden tegen een “natuurprijs” verkocht. Bovendien

krijgt Duijndam nu een ‘Boeren voor natuur’ contract. Deze is 30 jaar geldig,

voldoende om voor langere tijd de bedrijfsvoering te garanderen. Zo is winst voor

recreatie, natuur en boer een feit.

Belangrijke punten in het proces:

- Duijndam heeft het succes weten te realiseren door met vragen naar anderen te

gaan. Duijndam geeft aan dat hij zeker niet alle kennis in huis heeft en niet

bang is om te vragen. Dit roept positieve reacties op en in veel gevallen krijgt

Duijndam gemakkelijk hulp. Mensen zijn snel enthousiast.

Noodzakelijke eigenschappen

Na de presentaties geven de deelnemers aan wat ze geleerd hebben of opvallend

vinden. De hieronder genoemde eigenschappen zijn volgens de meerderheid cruciaal

in om initiatieven te realiseren:

Samenwerking

Door meerdere actoren te betrekken in het proces, zal een primair idee niet

honderd procent in stand blijven. Maar partners zijn noodzakelijk voor het

slagen van initiatieven. Ze dragen bij aan de benodigde financiële middelen,

het draagvlak maar bovenal ook kennis. Een partner kan tijdelijk betrokken

worden (in geval van informatie verschaffing), maar ook voor langere termijn

(investeerder).

Visie

Initiatiefnemers moeten ontwikkelingen op de lange termijn kunnen

inschatten. Visie is belangrijk, maar ook een eigenschap die moeilijk is te

creëren. Je hebt het of je hebt het niet. Het is in ieder geval zaak om het eigen

doel volledig helder te hebben.

Openhouding

Communiceer naar buiten wat je wilt, eist en kunt. Maar laat ook andere

ideeën en personen toe. Maak gebruik van andermans expertise. Reageer niet

vanuit angst of wantrouwen, maar vanuit kansen.

Vasthoudendheid en creativiteit

Hou vol en sta niet stil. Op het moment dat je een hobbel tegenkomt, stap er

dan over- of omheen. Wees hierin creatief en durf buiten de gebaande paden te

handelen en te denken.

Enthousiasme

Enthousiasme is noodzakelijk om de juiste mensen mee te krijgen met jouw

idee.

Grensoverschrijdend denken

Dit lijkt op creativiteit, maar verschilt wezenlijk. Bij grensoverschrijdend

denken gaat het om het vormen van mogelijke coalities die invulling kunnen

geven aan het totaalconcept. Het totaalconcept moet gedragen worden door

een projectleider die grensoverschrijdend kan denken.

Tijdens een afsluitende snelle ronde gaven deelnemers tips mee om het

Buurderijproces van de grond te tillen. Een greep:

- De plannen concretiseren en zichtbaar maken - zowel intern als extern – door

een actieplan op te stellen met daarin streefdata en verantwoordelijkheden van

betrokkenen: Wanneer is wat en door wie gerealiseerd?

- Blijven brainstormen en ontwikkelen. Denk toekomst- en marktgericht.

- Integreren en uitbouwen van activiteiten en ze prioriteren

- Monitoren en onderzoeken van de ecologische waarden (via inzet van

studentenstages kan dit vaak gratis)

- Leg meer linken met andere duurzame (samenwerkings-)initiatieven.

Bijvoorbeeld coöperaties van duurzame kasbouwers. Probeer gezamenlijk een

impact te hebben op de invulling van bestemmingsplannen, zodat het van

lokaal naar regionaal gaat.

- Regels zijn soms ook goed. Ze dwingen om gezamenlijk gedegen afspraken te

maken

- Lol maken. Veel plezier!

- Houd vast aan je plan

- Laat passie zien

- Zoek de juiste mensen op

- Probeer provincie en gemeenten zo snel mogelijk te betrekken

- Onderbouw de maatschappelijke belangen en streef naar een winwin-situatie

- Gewoon beginnen. Step-by-step en al doende leren

- Denk aan private projectontwikkeling, zoals transition towns of

seniorenwoningen met zorgfaciliteit

- Verbind je met andere initiatieven in de regio, zoals Boerenstadswens

Amsterdam of de pergolaboerderij in Haarlem

- Een plan dat zichzelf ontwikkeld is het sterkst. De Buurderij werkt al. Blijf

focussen, ontwikkelen en verdiepen.

- Creëer een breed draagvlak

- Maak gebruik van het al bestaande draagvlak in het gebied

- Nodig vaak en veel de gebiedsinstanties uit

- Maak gebruik van burgerparticipatie

- Omvormen naar coöperatie waarin diverse stakeholders participeren

- Ontwikkel streekproducten van de Buurderij

- Blijf bottom-up werken en betrek vooral bewoners (zie voorbeeld Delfgauw)

- Samenwerken met overheid en plannenmakers is prima, maar de kracht (en de

economische rentabiliteit) komen uit de verbinding met de omgeving.

- De ondernemers vormen het hart of de ziel van de plek

Workshop III: Nieuwe financieringsvormen

Onder leiding van Rob Janmaat, Netwerk Platteland

Sprekers: Brigitte Bultinck (Nationaal Groenfonds) en Eibert Jongsma (Landschap

Overijssel)

In de workshop ‘Nieuwe financieringsvormen’ gaan de deelnemers op zoek naar

manieren van financiering voor natuur en landschap en ‘nieuwe niet rendabele’

bedrijfsactiviteiten. De genodigde sprekers gaan in op de mogelijke concepten die

momenteel in Nederland bestaan:

Nationaal Groenfonds

Brigitte Bultinck is van het Nationaal Groenfonds, een stichting die is opgericht door

het Rijk en de provincies. Het Nationaal Groenfonds beheert fondsen (bijvoorbeeld

voor het Investeringsbudget Landelijk Gebied) en adviseert initiatiefnemers over

fondsvorming, groencertificering en andere zaken. Indien nodig geeft de stichting ook

ongevraagd advies. Een recent voorbeeld hiervan is de enorme hoeveelheid

gereserveerde financiën voor natuurcompensatie.

Het Nationaal Groenfonds heeft ideeën over de inzet van de middelen en deelt deze

met de overheid. De stichting wil met instrumenten de relatie tussen waarde en

middelen inzichtelijk maken en organiseren. Bultinck geeft een aantal voorbeelden

van instrumenten waar ze kansen ziet.

De streekrekening

De bank verleent extra rente op spaarrekeningen. Het gedoneerde geld komt

ten goede aan het gebied. Brabant maakt al gebruik van de streekrekening.

Landschapsfondsen

Deze zorgen voor een meerjarige financiering van het landschapsbeheer in het

gebied waar het fonds voor is afgesloten. Een landschapsfonds kan

verschillende financieringsstromen bundelen om langjarige contracten met

beheerders af te sluiten. Een interessante toevoeging kan een ‘zachte lening’

zijn, waarbij de bank een goedkopere lening verstrekt voor investeringen.

De ‘vierde natuurbeheerder’

Dit is een particulier samenwerkingsverband, waarbij een stichting

vrijkomende gronden koopt en gezamenlijk in beheer neemt. De

samenwerkingspartners pachten elk een stuk terug. De kosten voor de aankoop

kunnen worden betaald uit SN/groenleningen en pachtinkomsten.

Landschap Overijssel

Eibert Jongsma van Landschap Overijssel verzorgt de tweede inleiding. Hij vertelt dat

Landschap Overijssel een grote groep ‘vrienden van’ heeft. Deze groep draagt op

allerlei manieren bij aan het landschap. Zo geeft een makelaar bij elk verkocht huis

een schaap ‘cadeau’ aan Landschap Overijssel.

Sinds twee jaar vormt Landschap Overijssel samen met Natuurlijk Platteland Oost de

stichting Groenblauwe Diensten Overijssel. Deze stichting ondersteunt en stimuleert

gebiedsfondsen voor landschapsbeheer.

Elk gebied kan haar eigen fonds oprichten. De provincie co-financiert vijftig procent.

Op basis van bestaand beleid bepaalt de stichting waar het geld aan wordt uitgegeven.

In veel gebieden wordt deze selectie in samenspraak met grondeigenaren gemaakt.

Vervolgens kunnen alle grondeigenaren in het gebied op vrijwillige basis een

overeenkomst met het fonds aangaan.

Groenblauwe Diensten Overijssel heeft beperkte ervaring met private financiering.

Het leeuwendeel komt uit gemeentelijke en provinciale budgetten. De provincie heeft

tot 2013 ongeveer 40 miljoen voor dit doel gereserveerd.

Private financiering is tot nu toe tot stand gekomen op basis van toeval tot stand. Zo

moest netbeheerder Tennet de aanleg van nieuwe hoogspanningsleidingen in de

natuur compenseren en doet dat nu deels via groene diensten. Hetzelfde geldt voor

een zandwinninglocatie.

De realisatie van een deel private financiering ervaart de stichting als een grote

opgave. De inschatting is dat dit maximaal 15% van het totaal kan worden. De

betrokkenheid van bedrijven is vaak op basis van indirecte belangen. Wanneer een

direct belang gevonden kan worden is de investeringsbereidheid hoger.

Discussie

Na de voorbeelden van de inleiders brainstormen de deelnemers over de

mogelijkheden om initiatieven te financieren:

Warme financiering

In het financieringsmodel van de Buurderij is gesproken over warme – direct

betrokkenen - en koude financiering. Deelnemers vinden vooral de warme

financiering interessant, hoewel alleen private financiering niet terecht is.

Want wanneer particulieren publieke doelen realiseren, moeten deze ook

aanspraak kunnen maken op het publieke geld.

Aandelen

Tijdens de sessie oppert iemand de uitgifte van aandelen. Deze aandelen geven

kopers de garantie dat een bepaalde ontwikkeling in gang gezet wordt.

Aandeelhouders krijgen vanuit de revenuen van de ontwikkeling dividend

uitgekeerd. Dit kan zowel financieel als in natura. Dat laatste is vooral voor

het creëren van een beleving een goed idee. Tegoedbonnen voor een

landwinkel, noemt een deelnemers als voorbeeld.

Een probleem bij aandelen is het feit dat een landschap nooit financieel

rendeert. Opgemerkt wordt dat de ‘zachte waarde’ daarentegen voor mensen

heel groot is. Hierin zijn wel regionale verschillen zichtbaar. In het oosten is

immers veel meer landschap beschikbaar.

ANBI

Een belangrijke stimulans voor particulieren om te betalen aan initiatieven

kunnen fiscale voordelen zijn. De organisatie kan via de belastingdienst een

status als ‘Algemeen Nut Beoogde Instelling’ aanvragen. Schenkingen aan

deze organisatie zijn dan fiscaal aantrekkelijker.

Lobby

Naast de harde financiering is ook een publieke lobby erg belangrijk. Nieuwe

(digitale) netwerken kunnen mensen aan het gebied koppelen.

Arrangementen

Landschap en natuur zijn begrippen die op zichzelf niet zo sterk scoren.

Hoewel veel publieksonderzoek uitwijst dat ze één van de kernwaarden voor

mensen vormen is de beleving nog niet zo groot. Deelnemers opperen het idee

om arrangementen te sluiten met bijvoorbeeld publiekstrekkende attracties als

een museum of een pretpark.

Landschapsveiling

Het idee van een landschapsveiling is door Tom Bade in het

ochtendprogramma toegelicht. In aanvulling hierop zien de deelnemers kansen

in de veiling van ludieke activiteiten. Zo denkt Overijssel aan fietsen met

Hennie Kuiper en voetballen met FC Twente.

Stedelijke ontwikkeling

Tenslotte is er in de groep gesproken over de mogelijkheden van stedelijke

ontwikkeling die ten goede kan komen aan groen. In het plan ‘Westflank’

ontstaat ruimte voor kleinschalige woningbouw. De ontwikkeling van deze

woningen kan een interessante financiële impuls geven aan de gewenste

landschappelijke ontwikkeling. Normaliter wordt groen als laatste gerealiseerd

in woningbouwprojecten, terwijl het juist kansen biedt dit vooraf te doen en zo

de groene structuur zeker te stellen. Een deelnemer merkt op dat de

grondexploitatiewet meer zou kunnen betekenen voor het innen van winst uit

woningbouw. Dit zou dan wel op landelijke schaal georganiseerd moeten

worden, zodat er geen regionale verschillen ontstaan.

Conclusies

Al met al zijn er in de workshop veel ideeën en gedachten de revue gepasseerd. Twee

conclusies kunnen in ieder geval getrokken worden:

- De overheid heeft een nadrukkelijke taak bij het financieren van publieke

opgaven.

- Directe betrokkenheid van particulieren bij natuur en landschap is een

stimulans voor het financieel bijdragen aan de ontwikkeling en behoud er van.

Een snelle ronde waarin de deelnemers tips mogen meegeven om het Buurderijproces

van de grond te tillen, levert de volgende suggesties op:

- Borduur voort op de warme financieringsgedachte en creëer jullie eigen

beleggingsfonds. Denk daarbij aan uitgifte van certificaten en aandelen

(zonder zeggenschap) aan lokale omwonenden en bedrijven

- Benut compensatiegelden van het Haarlemmermeer. Deze zijn bij het

Nationaal Groenfonds gestald.

- Investeren met arbeid als vorm van therapie

- Onderzoek de mogelijkheid om banken en particulieren te interesseren in

belegging tegen een van te voren vastgesteld rendement

- Gebruik de 'warme financiering' voor de profilering van het bedrijf en de

'koude' voor de organisatie

- Zoek aansluiting met de Cittaslow-beweging van de gemeente Midden

Delftland. www.cittaslow-middendelfland.nl

- Laat je door ervaringen in het buitenland inspireren

- Betrek onderwijsinstellingen bij de ontwikkelingen

- Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. De jeugd denkt buiten bestaande kaders

- Verkoop lege ruimte

- Wees zuinig op de monumentale structuur van Haarlemmermeer, zoals die via

de drooglegging tot stand is gekomen

- Warme financiering is de verbinding

- Eerst particulieren uitnodigen, dan betrekken met en bij activiteiten (zoals een

bedrijfsuitje) en vervolgens concrete onderdelen financieel laten adopteren

- Richt stichting vrienden van de Buurderij (particulieren en bedrijven) op en

stort geld in het fonds

- Lobby meer bij de provincie Noord-Holland

- Voorfinanciering door Groenfonds van investeringen in 't groen van Zuidflank

Haarlemmermeerstructuur

- Volg het voorbeeld van Overijssel met landschapsfondsen

- Partijen, organisaties en burgers zijn bereid te investeren als ze er direct

belang bij hebben. Creëer die belangen voor iedereen. En als er geen markt is,

dan creëer je die. Datzelfde geldt voor belangen.

- Haak aan op iets dat al verkoopt door middel van arrangementen

- Integratie met duurzaam bouwen

Tot slot

De nieuwe dynamiek op het platteland vraagt om creativiteit en een open houding.

Die conclusie valt te trekken na een dag vol gedeelde voorbeelden en ervaringen. “Het

proces is belangrijk. We moeten samen tot een oplossing komen. Ambtenaren willen

dat ook, want de procedures frustreren hen net zozeer”, antwoordt een deelnemer op

de vraag van de dagvoorzitter op wat ze mee naar huis nemen.

Er ontstaat een discussie over procedures. “Wij moeten handelen naar regels en

procedures die op basis van wantrouwen zijn ingesteld. Maar linksom of rechtsom,

het moet en het zal. Heb het lef om ons de ruimte te geven”, roept Jan Ham van de

Buurderij de bestuurders op.

Reacties:

- Het is een kenmerk van procedures dat ze tijd vragen. Dit vraagt om geduld

van ondernemers en lef van bestuurders om te willen snappen wat het doel is

- Ambtenaren moeten zoeken naar gaatjes of de lijnen veranderen. Procedures

moeten functioneel zijn. Pas ze daarom eventueel aan om doelen te bereiken.

- We hebben teveel het idee dat procedures voor eeuwig zijn, maar ze zijn juist

altijd in beweging. Een wethouder moet zich bezig houden met het beleid van

de volgende generatie. Kijk naar maatschappelijke ontwikkeling en zet op het

juiste moment nieuwe stappen

- Regels en wetten zijn noodzakelijk, maar de huidige veranderingen zijn zo

fundamenteel anders dat we moeten denken aan een experimenteerfase

- De nieuwe ambtenaar moet zich niet door grenzen laten tegenhouden. Er is

energie en ambitie nodig om initiatieven te ontwikkelen

“Maar het zijn niet alleen de procedures”, merkt een deelnemer in de zaal op. “We

hebben te maken met een economisch nieuwe werkelijkheid. Voorheen waren

sectoren zoals landbouw, natuur en recreatie gescheiden. Nu gaan ze verbindingen

met elkaar aan. Dit is van grote betekenis op setorale betalingen. Er zijn kansen

genoeg, maar er is veel werk van ondernemers voor nodig. Zij moeten komen met de

initiatieven.”

Tegelijkertijd moet de overheid zoveel mogelijk ruimte geven aan de ondernemers.

De nieuwe ambtenaar moet ontwikkelingen ondersteunen waar ze kunnen en

samenwerking faciliteren. “Steunend, dienend, luisterend, lerend. Dat is niet in één

dag te realiseren en daar moeten we ook niet op wachten”, zegt Van Dijk. “We

moeten voorbeelden laten zien om ambtenaren te verleiden.”