| PZC
20-2-2001
'Open Globe' is de titel van een ambitieus en idealistisch plan van pluimveehouder John Elenbaas uit Ellemeet. Het is de overkoepelende naam voor een kinderspeelparadijs, een minitheater en verblijfsaccommodatie alles ineen ondergebracht in een bouwwerk dat in vormgeving geďnspireerd is op het vroegere Globe Theatre van William Shakespeare. |
Agrarisch
Dagblad 16-7-2002
De
Zeeuw John Elenbaas is boer en acteur.Hij speelt een hoofdrol in ’De kunst van
het kiezen ’,een theaterproductie over de wijze waarop twee mensen in de
landbouw worstelen met het maken van keuzes in hun leven en op het bedrijf.
Elenbaas
staat zelf ook voor keuzes:hij heeft plannen het bedrijf te veranderen.” |
Er is veel gebeurd in de tijd tussen aanvang en nu.
Dit zijn slechts 2 tussenfases van het hele traject.
Intern hebben er zich meerdere voor gedaan.
In het verder doorontwikkelen van 'de Balans' vinden ze hun neerslag en ook na realisatie,zal, al doende, het "Permanente Leren" gestalte worden gegeven.
Hieronder heb ik een kopie van een artikel uit de pzc geplaatst, door mezelf zo breed mogelijk te oriënteren kom ik tot de conclusie dat 'de Balans' een plan van deze "tijdsgeest" is. Dit artikel is bedoelt als ondersteuning van deze gedachte al realiseer ik me dat ik nooit helemaal objectief kan zijn in het uitkiezen van 'de Balans' ondersteunende" objectieve kranten berichten.
door Jeffrey Kutterink
GOES - De Zeeuwse economie moet zich gaan
richten op zorg, wonen, cultuur en recreatie. De havens hebben vooral een
regionale functie en geen (inter)nationale. Een mega-containerterminal past daar
dan ook niet in.
Het is de lering die kan worden getrokken uit een
reeks van vijf debatten over de toekomst van de Zeeuwse economie. De debatten
werden georganiseerd door de Statenfractie van de PvdA.
Onafhankelijk van elkaar komen vijf wetenschappers in grote lijnen tot dezelfde
conclusies. Economische ontwikkeling van gebieden wordt steeds meer bepaald door
woonklimaat, landschap, cultuur, kennis (beroepsonderwijs) en vertrouwen (in de
overheid). En niet door industrie en havens. Dat is een dogma uit de jaren ’60
en ’70. Geen van hen ondersteunt dan ook de aanleg van de Westerschelde
Container Terminal.
Ze constateren allemaal dat de Zeeuwse economie zwak is en er slecht voor staat.
De vraag is niet of er wat moet gebeuren, maar wat.
Daarop moet het provinciebestuur antwoord geven, ook al is zijn invloed op de
economie beperkt (’economie laat zich niet sturen’). Dat antwoord heeft de
provincie echter niet, vinden de economen. Ze verwijten het provinciebestuur
geen keuzes te maken. Het is te veel bezig met pappen en nathouden.
De provincie richt zich op ontwikkeling van havens/industrie en
toerisme/recreatie (tweesporenbeleid). „Dat is geen keuze“, stelt Piet
Pellenbarg van de Rijksuniversiteit Groningen vast. „Het wedden op twee
paarden straalt naar buiten uit dat je niet weet wat je wilt. Dat stoot
ondernemers af die willen investeren, evenals mensen die een plek zoeken om te
wonen.“
Een moderne visie op de economie is noodzakelijk. Geen van de economen draagt
pasklare oplossingen aan, wel denkrichtingen. Opmerkelijk is dat de economen het
niet zoeken in versterking van de industriële economie, zoals de provincie voor
een groot deel wel doet. De wetenschappers zoeken het meer in een diensten- en
zorgeconomie (’per drie inwoners heb je een verzorger nodig, van bakker tot
tandarts’).
Florida
Het beeld van het ’Florida van Nederland’, en van een provincie die
wordt overspoeld met ouderen met rollators is een verregaande versimpeling van
de zorgeconomie, waarschuwt Pellenbarg. Wil Zeeland zijn economie een impuls
geven, moet het op zoek naar sociaal, cultureel kapitaal, vindt Arjo Klamer,
verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Wat maakt Zeeland nu tot
wat het is? Wat bepaalt de identiteit?“ Als Zeeland die vragen kan
beantwoorden en ze bovenal economisch kan exploiteren heeft de provincie het lek
boven. „U moet zich in Zeeland de vraag stellen of mensen zich door de aanleg
van een containerterminal beter gaan voelen. Is het antwoord op die vraag
negatief, dan zou ik de kade vooral niet aanleggen.“
Het onderwijs moet ook op de schop, is een volgende rode draad in de verhalen
van de professoren. „Groot knelpunt is de gemiddeld lage opleiding van de
bevolking“, constateert Arie van der Zwan.
„Investeer in beroepsonderwijs. Niet in de Roosevelt Academy. Daar komen
mensen een paar jaar studeren, en vertrekken weer. Want carričrekansen zijn er
voor hen niet.“ Verder moet meer worden geďnvesteerd in een goed woonklimaat.
Opvallend is dat een aantal van de economen Goes noemt als voorbeeld van waar
woonklimaat en werkgelegenheid goed worden gecombineerd. Een kernprobleem is dat
Zeeland de krachten niet weet te bundelen, stelt Frans Boekema, hoogleraar aan
de Universiteiten van Tilburg en Nijmegen. „Met eiland-denken komt Zeeland er
niet, evenmin met concurrentie tussen gemeenten.“